Justus Lipsius schrijft zijn

In 1601 reisde Justus Lipsius hij naar Halle. Hij smeekte de hulp van de zwarte madonna af om genezing van een ziekte af te dwingen. Justus Lipsius is als Joost of Judocus Lips op 18 oktober 1547 te Overijse geboren. Hij werd geboren als katholiek, maar nam geloofsovertuiging niet te nauw op. In zijn jeugd verhuisden hij en zijn ouders naar Brussel waar hij tot 1557 les volgde in de parochieschool van Kapellekerk. Vandaar ging hij naar Ath voor de studie van Latijn. In 1559 trad hij te Keulen toe tot de Jezuïetenorde. Ondanks zijn celibaatsbelofte zou hij in 1573 met Anna Vande Calstere, zijn vroegere Leuvense kotmadam trouwen. Hiermee maakte hij duidelijk dat hij het met het geloof niet au sérieux nam.

In 1564 was hij te Leuven waar hij klassieke letteren en de rechten studeerde. In 1567 werd hij te Rome secretaris van kardinaal Perrenot de Granvelle die er na problemen te hebben gehad in de Nederlanden, ambassadeur bij de paus was voor Filips II. Hij kwam er in contact met de Romeinse beschaving en het werk van klassieke schrijvers. In 1570 nam hij “Moribus Antiquis”  (Volgens oude gewoonten) aan als lijfspreuk. Ze drukte zijn respect voor tradities en de klassieke literatuur uit.

Moribus Antiquis

Een reis naar Wenen in de hoop om aan het hof van keizer Maximiliaan II, neef van Filips II, werk te vinden, draaide op niets uit. Door zijn interesse om meer over Luthers leer te weten te komen belandde hij in het Duitse Jena waar hij aan de universiteit les gaf. Hij nam er het lutherse geloof, de daar meest-beleden godsdienst, aan. In 1574 keerde hij terug naar de Nederlanden. 

Wegens de onzekere politieke situatie in de Nederlanden vertrok hij in 1575 naar de Noordelijke Nederlanden. Hij gaf er te Utrecht les aan de calvinistische universiteit die door Willem van Orange, dé vijand van Filips II, gesticht was. Zijn beroemdste leerling was prins Maurits, een zoon van Willem. Als vanzelfsprekend werd hij er calvinist. 

In 1591 keerde hij naar Leuven terug en werd weer katholiek. Weer gaf hij les aan de Leuvense universiteit waar de aartshertogen Albrecht en Isabella hem eer bewezen door een les bij te wonen. In 1595 werd hij officiële geschiedschrijver van Filips II. Lipsius was al snel uitgegroeid tot een gerespecteerd humanist, filoloog en historiograaf. Zijn belangrijkste werken waren “De Constantia” (1584) en kritieken en commentaren bij werk van klassieke Latijnse auteurs.

In 1601 reisde hij naar Halle. Hij smeekte de hulp van de zwarte madonna af om genezing van een ziekte af te dwingen. Deze bedevaart zou leiden tot het schrijven van "Diva virgo Hallensis" (De Goddelijke Maagd van Halle) dat in 1604 bij Plantin-Moretus te Antwerpen verscheen. Hij stierf op 23 maart 1606 te Leuven. Hij werd er begraven in de Minderbroederskerk te Leuven. Zijn grafsteen wordt bewaard in het Museum voor Oudheidkunde te Brussel.

Gerelateerde artikelen

Deze website is een initiatief van
Basiliekpromotie Halle vzw in samenwerking met

Kerkraad Halle – Sint-Martinusparochie Halle – Basiliekpromotie Halle vzw – Stad Halle
Toerisme P&Z – Kon. Geschied- en Oudheidkkundige Kring Halle - Pro Arte Hallensis vzw

Met de financiële steun van:

Contact & Info
vzw Basiliekpromotie Halle

© Alle rechten voorbehouden Basiliekpromotie Halle vzw - Disclaimer | FR | EN | DE

X