Hoogaltaar

De restauratie uit de tweede helft van de negentiende eeuw heeft de Sint-Martinuskerk gezuiverd van voornamelijk Barokke toevoegingen en haar haar (Neo-) Gotische uitzicht teruggegeven. Een belangrijke anomalie was echter overgebleven: het Renaissancistische Mone-retabel in het hoogkoor.
Ruisbroekenaar Andreas Michiels zou er sinds hij in 1906 deken werd, alles aan doen om het Gotische uitzicht van het hoogkoor zoals het slechts van 1409 en het inwijden van de kerk tot 1566 en het plaatsen van vermeld retabel bestaan had, terug te brengen. Hij zou ondanks plaatselijke en nationale tegenkantingen zijn wil kunnen doordringen. Het ontwerp was van Dworpenaar Herman Lemaire.

Samenvattend kan het altaarcomplex dat verguld is, als volgt omschreven worden. Het altaarblad op zich is 7 meter lang, 1,75 meter breed en 1 meter hoog. Daarboven bevindt een drieledige constructie met van laag naar hoog het tabernakel, een met spitsbogen opengewerkte baldakijnachtige ruimte en een calvarie. Het hoogste punt van het kruis bevindt zich 5,80 meter boven de grond.

Het altaar-op-zich is horizontaal opgevat. Schilddragers tonen schilden van landen of streken die banden met Halle en wat België genoemd wordt, hadden of hebben. Van links naar rechts zijn dat Frankrijk van wie Lodewijk XI een monstrans aan de kerk geschonken heeft, Italië van waar het christendom zich over Europa verspreid heeft, Henegouwen waarvan Halle van de wijding van de kerk in 1409 tot 1794 deel uitmaakte, Brabant waarvan Halle sinds de Franse overheersing in 1794 deel uitmaakte, Congo waar Hallenaars actief geweest zijn, Spanje waarvan Halle en de Zuidelijke Nederlanden lang deel uitgemaakt heeft, en Engeland van wie Hendrik XIII een monstrans geschonken heeft. Opmerkelijk is dat Henegouwen en Brabant ook verwijzen naar de 2 grote taalgroepen van dit land. Tussen de wapenschilden verwijzen taferelen naar de eucharistie doorheen de eeuwen.

De structuur op het altaar is verticaal van opzet. Het tabernakel wordt geflankeerd door een kandelaarsbank met links taferelen uit het Oude Testament en rechts uit het Nieuwe. Het tabernakel heeft 2 deuren, een vooraan met een afbeelding van het Laatste Avondmaal en een andere achteraan met een afbelding van de Ark des Verbonds. Onder de baldakijnachtige ruimte boven het tabernakel kan een monstrans geplaatst worden. Het geheel is een verafbeelding van de manier waarop het Corpus Christi of Lichaam Gods in processies meegedragen wordt. Boven het baldakijn bevindt zich een calvarie. Rond de gekruisigde Christus bevinden zich de apostel Johannes en Christus’ moeder Maria. Ze waren bij Christus’ dood kruisiging op Golgotha aanwezig zoals ze dat ook waren op de verdwenen dwarsbalk waarop het nog steeds aanwezige triomfkruis uit de kerk steunde. Ze zijn vergezeld van Maria van Magdala en Jozef van Arimathea in wiens graf Christus zou begraven worden.

Op 28 september 1910 zou kardinaal Mercier het nieuwe altaar dat zoals uit prentkaarten blijkt, nog niet helemaal af was, inwijden. Op dat moment was het Renaissance-altaar van Mone al naar de Trasegnieskapel verbannen.

Deze website is een initiatief van
Basiliekpromotie Halle vzw in samenwerking met

Kerkraad Halle – Sint-Martinusparochie Halle – Basiliekpromotie Halle vzw – Stad Halle
Toerisme P&Z – Kon. Geschied- en Oudheidkkundige Kring Halle - Pro Arte Hallensis vzw

Met de financiële steun van:

Contact & Info
vzw Basiliekpromotie Halle

© Alle rechten voorbehouden Basiliekpromotie Halle vzw - Disclaimer | FR | EN | DE

X