De Mirakelschilderijen

De Mirakelschilderijen

De mirakelschilderijen die eeuwenlang in de toegangsruimte tot de westertoren gehangen hebben en door de bedevaarders bij het betreden van de kerk gezien werden, bevinden zich nu gerestaureerd inde Trazegnieskapel. Alle hebben ze hetzelfde religieuze onderwerp: een mirakel door de zwarte madonna van Halle. De oorzaak van de Mariale tussenkomst is echter steeds anders. Het verhaal van elk schilderij staat neergeschreven in het “Gulden Boek van de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van Halle”. De broederschap is gesticht in 1344. Het boek dat meer dan waarschijnlijk in 1426 begonnen is, maakt deel uit van de kerkschat en wordt in de crypte bewaard. 61 mirakels zijn erin opgenomen.

Het oudste mirakel dateert van vóór 1389, het jongste van 1627. Vaak worden ze ex-voto’s genoemd. Een ex-voto is een voorwerp dat als dank voor een gunst of mirakel door de persoon die er baat hij gehad heeft, aan een heilige opgedragen is. Dit is bij de Halse schilderijen echter niet het geval: de gunstelingen van de mirakels waren immers reeds overleden toen de kunstwerken geschilderd werden. De schilderijen die blijkt geven van een ontegensprekelijke kwaliteit, dateren uit het begin van de zeventiende eeuw en zijn eerder klein, van iets meer dan 1 meter op iets minder dan 1 meter. Ze worden toegeschreven aan het Brusselse atelier van David Teniers de Jonge.

Reeds in 1923 werd de aandacht getrokken op een gravure die zich in het Teyler Museum te Haarlem bevindt. Ze dateert net als de mirakelschilderijen uit de vroege zeventiende eeuw. Bovenaan verschijnt Maria met kind, beide gekleed in een mantel en met een kroon op het hoofd, in lichtende wolken. Ze zijn door engelen omringd. Lichtstralen die vanuit Maria te vertrekken, eindigen onderaan op de gravure op tafereeltjes die 26 mirakels uit het boek van de broederschap. Tweeëntwintig van de Halse mirakelschilderijen vertonen een bijzondere vergelijking met de mirakelafbeeldingen op deze gravure. Er wordt van uitgegaan dat Pieter Paul Rubens opdracht heeft gegeven om de gravure te maken. Dit lijkt erop te wijzen dat ze naar een verdwenen tekening of zelfs schilderij van de meester gemaakt is.

Het kan dan ook niet anders dan dat Rubens Halle en vooral de zwarte madonna van de stad én haar mirakels kende. Rubens kende door zijn nauwe banden met de aartshertogen Albrecht en Isabella, Jean Richardot, de voorzitter van de Geheime Raad van de Zuidelijke Nederlanden van 1597 tot zijn dood in 1609 onder Filips II en III van Spanje. Hij was heer van Lembeek ten zuiden van Halle waar hijeen kasteel had. Hij was bevriend met zijn zonen Jean, Guillaume en Antoine. Tijdens de eerste decade van de zeventiende eeuw heeft Rubens zijn eerste zelfportret, “Zellportret met vrienden”, dat zich in het Wallraf-Richartz Museum te Keulen bevindt, geschilderd. Naast zichzelf heeft hij zijn broer Filips, Justus Lipsius (die de leermeester van Filips broer was en die in 1604 “Diva Virgo Hallensis” heeft geschreven), en 3 andere personen weergegeven. Hoewel er geen absolute zekerheid over bestaat, wordt aangenomen dat het om vermelde broers Richardot gaat.

Gerelateerde artikelen

Deze website is een initiatief van
Basiliekpromotie Halle vzw in samenwerking met

Kerkraad Halle – Sint-Martinusparochie Halle – Basiliekpromotie Halle vzw – Stad Halle
Toerisme P&Z – Kon. Geschied- en Oudheidkkundige Kring Halle - Pro Arte Hallensis vzw

Met de financiële steun van:

Contact & Info
vzw Basiliekpromotie Halle

© Alle rechten voorbehouden Basiliekpromotie Halle vzw - Disclaimer | FR | EN | DE

X